In 1294 wordt Witten voor het eerst genoemd als onderdeel van de Marke van Witten. Het kwam 8 jaar later in handen van de nonnen van het Cisterciënzer Klooster Maria in Campis (dit klooster heeft gestaan op de locatie waar nu Drents Museum is). Als bewijs hiervan zijn er sporen van een veldoven gevonden. Vanaf de vroege middeleeuwen ontstonden de Drentse esdorpen, waar Witten een typisch voorbeeld van is. Het is gelegen op een hoge zandrug tussen uitgestrekte veengebieden als het Fochteloërveen en Kloosterveen.