De grootschalige veenontginning was ondenkbaar zonder kanalen en sloten voor het vervoer van grote partijen veen en turf. In het hoogveen zelf vond vanaf de industriële revolutie het transport plaats over een fijnmazig netwerk van smalspoorlijnen. De eerste locomotief rolde in 1878 uit een Duitse fabriek. Daarna ging het snel en stortten allerlei fabrikanten zich op de productie van locomotieven en wagens. Smalspoor kon zonder fundering los worden gelegd. Zo kon het transport van veen relatief snel en goedkoop plaatsvinden. Deze wagen aan de rand van een gehucht is verbouwd tot rust- en picknickplek. Aan de overkant staat nog een locomotief met een paar lorries als herinnering aan de commerciële veenontginning.