Schoonebeek is bekend om haar welvarende historie, de voormalige vetweiderij middels een booënsysteem en in de afgelopen eeuw door oliewinnin…
Schoonebeek is bekend om haar welvarende historie, de voormalige vetweiderij middels een booënsysteem en in de afgelopen eeuw door oliewinning met de landschapsbepalende jaknikkers. De florerende streek kun je vergelijken met het Amerikaanse Texas en de voormalige booheren (koeherders) met cowboys. Kort nadat er in Coevorden olie werd gevonden werden de eerste putten in deze buurt geboord. Er werden ruim 40 boorlocaties aangelegd, met ieder soms drie of vier putten. Daarnaast stonden er in deze omgeving meetstations MS5 en MS6. Olie kwam via pijpleidingen naar de meetstations en werd hier opgeslagen en verwarmd, om via een grote pijpleiding af te worden gevoerd naar de Ruwe Olie Verlaadplaats (ROV), een treinstation waar de olie werd verladen in een olietrein. Per spoor ging de olie in wagons naar de raffinaderij in Pernis. Wegens te laag rendement werden in de jaren 90 van de 20e eeuw de boorlocaties en boorstations ontmanteld en gesaneerd. In het oostelijk wingebied van het Schoonebeekerveld is nog de grootste olievoorraad aanwezig. Maar omdat de winning in het westelijke deel beter gaat, vindt daar tegenwoordig de oliewinning plaats.
Het wingebied waar we nu staan was voorheen het dichtst bij Schoonebeek gelegen deel van de Schoonebeeker marke. Het bestond enerzijds uit een gemeenschappelijk hooigebied van de Schoonebeeker boeren, dat ‘het Blick’ werd genoemd en bestond uit vier delen: Korte Blick, Lange Blick, Dwarsmaten en Sakkenmaten. En verder bestond het uit de voormalige boogronden van diverse Schoonebeeker boerenfamilies: Eisen, Engbers, Lambers, Mulders, Prinsen en Uny. Het gebied ligt tussen de Ellenbeek, het Schoonebeekerdiep of de GrenzAa en de voormalige Zwarte Racker in.
Het booëngebied was vanaf het centrum van Schoonebeek te bereiken via een zanddijk, die in verband met het onderhoud door de boeren in stukken (panden) was verdeeld. In 1904 kocht de gemeente Schoonebeek een stuk grond aan het begin van de zanddijk bij het Koelveen om geld binnen te halen voor de financiering van de verharding van de zanddijk. De dijk was namelijk met klinkers bestraat. De tol werd door de gemeente verpacht, maar lang was de tolboom niet in gebruik. Na klachten in 1919 van de Nieuw-Schoonebeekers over de belemmering van het verkeer werd op 1 mei 1920 de tol opgeheven, hoewel het laatste pachtcontract nog liep tot eind april 1923. Eind 1924 kocht de bewoonster van het tolhuis, Hillegje Engberts weduwe van Lukas Elzing, het voormalige tolhuis.
vanaf jouw locatie