In 1788 werd op de Twister Bülte in het koninkrijk Hannover een kerkhof aangelegd. Hier werden ook de doden uit het booëndorp Nieuw-Schoonebeek begraven. In 1819 werd op deze bult de Sankt Georgskerk gesticht. De Nieuw-Schoonebeekers mochten gebruik maken van deze kerk en het kerkhof. Maar in 1825 ontstonden problemen met het kerkbestuur van de Georgskerk en de Nieuw-Schoonebeekers mochten geen gebruik meer maken van de kerk en het kerkhof. Er werd toestemming gevraagd aan de Gouverneur van Drenthe en vanaf 1825 mochten de doden op eigen grond in Nieuw-Schoonebeek worden begraven. Er werd een noodbegraafplaats ingericht, waarvoor Jan Berend Borg de grond ter beschikking stelde. Die kreeg als officiële naam: ‘Naamloze Begraafplaats Nieuw-Schoonebeek’.
Berg had de grond in gebruik …
In 1788 werd op de Twister Bülte in het koninkrijk Hannover een kerkhof aangelegd. Hier werden ook de doden uit het booëndorp Nieuw-Schoonebeek begraven. In 1819 werd op deze bult de Sankt Georgskerk gesticht. De Nieuw-Schoonebeekers mochten gebruik maken van deze kerk en het kerkhof. Maar in 1825 ontstonden problemen met het kerkbestuur van de Georgskerk en de Nieuw-Schoonebeekers mochten geen gebruik meer maken van de kerk en het kerkhof. Er werd toestemming gevraagd aan de Gouverneur van Drenthe en vanaf 1825 mochten de doden op eigen grond in Nieuw-Schoonebeek worden begraven. Er werd een noodbegraafplaats ingericht, waarvoor Jan Berend Borg de grond ter beschikking stelde. Die kreeg als officiële naam: ‘Naamloze Begraafplaats Nieuw-Schoonebeek’.
Berg had de grond in gebruik van de Schoonebeeker boerenfamilie Wenny. Het was een voormalige boo van deze familie. Zij verkocht de boo met alle daarbij behorende landerijen in december 1826 aan Jan Berend Blaauw, die de westelijke helft kocht, en het oostelijke deel aan Jan Berend Borg. Daardoor kon Borg het voormalige booterrein als noodbegraafplaats ter beschikking stellen. De strijd met Twist was inmiddels bijgelegd: ‘Was er iemand gestorven, dan kwam de pastoor van Twist om hem onder de kerkelijke gebruiken te begraven.’ Begrafenissen op deze begraafplaats vonden plaats tot het moment van de inzegening van het nieuwe kerkhof bij de nieuwe kerk in het centrum van Nieuw-Schoonebeek in juli 1855.
In juni 1866 werden dochter Euphemia Gesina Borg en schoonzoon Jan Hendrik Schwieters eigenaar van het terrein, en na hun zoon Bernardus Hendrikus Schwieters. Na zijn overlijden huwde zijn weduwe in mei 1908 met Georg Büter uit Lindloh. En daarmee werd de naam Büter verbonden aan deze voormalige begraafplaats. Deze raakte sterk verwaarloosd. De randen werden beschadigd door grazend vee en er kwamen zelfs beenderen bloot te liggen. In 1978 werd de dodenakker hersteld en een houten hek geplaatst. Uit onderzoek is gebleken dat er waarschijnlijk 18 personen zijn begraven in de periode 1827-1851, variërend van 7 dagen tot en met 84 jaar oud. Er liggen voornamelijk jonge kinderen begraven in de leeftijd van 7 dagen tot en met 5 jaar oud.
vanaf jouw locatie