Vroeger hoorde bij bijna elke boerderij in Ooststellingwerf een kleine koppel kippen. De kippen liepen los over het erf, scharrelden over de mestvaalt en aten keukenrestjes op. Ze zorgden voor eieren, af en toe een soepkip en vormden een handig spaarpotje: eieren en jonge hanen gingen naar de markt voor wat extra geld.
Vanaf de jaren zestig veranderde dat beeld. Grote pluimveebedrijven kwamen op. Kippen gingen meer binnen leven, met kunstlicht en gecontroleerd voer en de productie van eieren werd écht industrie.
Tegenwoordig zie je de kip weer terug in het landschap. Vrije-uitloopkippen mogen overdag naar buiten en boeren in en rond Ooststellingwerf combineren dat met kruidenrijke graslanden. Kippen scharrelen buiten, nemen een stofbad, zoeken naar insecten en wormpjes en helpen mee bij het gezond houden van bodem en gras.
Veel van dez…
Vroeger hoorde bij bijna elke boerderij in Ooststellingwerf een kleine koppel kippen. De kippen liepen los over het erf, scharrelden over de mestvaalt en aten keukenrestjes op. Ze zorgden voor eieren, af en toe een soepkip en vormden een handig spaarpotje: eieren en jonge hanen gingen naar de markt voor wat extra geld.
Vanaf de jaren zestig veranderde dat beeld. Grote pluimveebedrijven kwamen op. Kippen gingen meer binnen leven, met kunstlicht en gecontroleerd voer en de productie van eieren werd écht industrie.
Tegenwoordig zie je de kip weer terug in het landschap. Vrije-uitloopkippen mogen overdag naar buiten en boeren in en rond Ooststellingwerf combineren dat met kruidenrijke graslanden. Kippen scharrelen buiten, nemen een stofbad, zoeken naar insecten en wormpjes en helpen mee bij het gezond houden van bodem en gras.
Veel van deze eieren worden lokaal verkocht: via boerderijautomaten, supermarkten en de horeca. Zo blijft de keten kort en de band tussen boer, kok en consument dichtbij. De kip vertelt daarmee het verhaal van de landbouw: van erf en industrie naar een bewuste, zichtbare plek in het landschap.