Het Bourtanger moeras was een uitgestrekt veengebied, dat na de laatste IJstijd was ontstaan langs de Hondsrug. Het kerngebied van zo’n 30.000 hectare lag van Bentheim in het zuiden tot aan Bellingwolde in het noorden en van de oevers van de rivier de Ems in het oosten tot aan het dorp Emmen in het westen. Het moeras werd beschouwd als een ondoordringbare linie in Noordoost-Nederland, die de vijand dwong om of langs de vesting Coevorden of via een zandrug langs de schans van Bourtange te trekken. Maar voor de lokale bevolking was het moeras een onderdeel van haar landbouwsysteem. De drogere delen midden in het moeras gebruikten zij als hooilanden of zij weidden er in de zomer hun vee. Hoewel er juridische twisten over de eigendomsrechten voorkwamen, werden de landen in de praktijk als gemeenschappelijke gronden (compascuum) gebruikt.
Het …
Het Bourtanger moeras was een uitgestrekt veengebied, dat na de laatste IJstijd was ontstaan langs de Hondsrug. Het kerngebied van zo’n 30.000 hectare lag van Bentheim in het zuiden tot aan Bellingwolde in het noorden en van de oevers van de rivier de Ems in het oosten tot aan het dorp Emmen in het westen. Het moeras werd beschouwd als een ondoordringbare linie in Noordoost-Nederland, die de vijand dwong om of langs de vesting Coevorden of via een zandrug langs de schans van Bourtange te trekken. Maar voor de lokale bevolking was het moeras een onderdeel van haar landbouwsysteem. De drogere delen midden in het moeras gebruikten zij als hooilanden of zij weidden er in de zomer hun vee. Hoewel er juridische twisten over de eigendomsrechten voorkwamen, werden de landen in de praktijk als gemeenschappelijke gronden (compascuum) gebruikt.
Het Nedersticht Münster, waartoe het Emsland behoorde, viel sinds 1252 onder het gezag van de bisschop van Münster. Münster had in de achttiende eeuw, als gevolg van een groeiende bevolking en oorlog die het voerde te kampen met een gebrek aan landbouwgrond. De drang om het Bourtanger moeras te koloniseren nam dan ook toe. De Münsterse bisschop had het moeras nodig voor zijn bevolkingspolitiek. Vele dagloners, Heuerleute genaamd, en kleine keuters in het Emsland konden slechts het hoofd boven water houden door regelmatig naar Holland te trekken – de Hollandgängerei – en daar zwaar werk op het land te verrichten dan wel aan te monsteren op één van de schepen i de Hollandse havens.
Aanvankelijk wilde de Münsterse bisschop de Heuerleute grond verkopen aan de rand van het Bourtanger moeras, maar de daargelegen boerengemeenschappen verzetten zich in 1764 zo heftig tegen de uitgave van dat land dat hij besloot Moorkolonien verderop het moeras te stichten, midden op het hoogveen en ver van de bestaande buurschappen. De boeren aan de Nederlandse zijde van het Bourtanger moeras waren niet gelukkig met de stichting van nieuwe dorpen in het veengebied. De boeren in de Moorkolonien hadden slechts een beperkt aantal akkers waarop veevoeder kon worden verbouwd. Wat restte was de roofbouw door boekweitteelt. Na vijf à zes jaren was de boekweitakker uitgeput en moest dan twintig jaar braak liggen alvorens weer afgebrand en bebouwd te kunnen worden.
Ondanks de activiteiten van de arme boeren bleef het natuurlijk landschap aan beide zijden van de grens een geheel vormen. Tijdens de Vrede van Wenen (1814-1815) werden de grenzen in Europa opnieuw getrokken. Aan de Duitse kant van het Bourtanger moeras ontstond het Koninkrijk Hannover. En aan de andere zijde het Koninkrijk der Nederlanden. De schriftelijke vastlegging van de rijksgrens, waarmee al in 1717 was begonnen, werd pas in 1824 met het Grenstraktaat afgerond.