17 mei
Location: RoldeEmily Beynon, nu 30 jaar solofluitist bij het Concertgebouworkest, is een Engelse briljante toonaangevende fluitiste en zal op 17 mei in een boeiend programma alle kleuren van de fluit en haar veelzijdigheid laten zien in de Rolder kerk. Samen met de pianist Andrew West waren zij veelvuldig te horen o.a. in het Concertgebouw, de Wigmore Hall en tijdens het Edinburgh International Festival. Emily Beynon trad op als soliste met grote orkesten nadat ze studeerde aan de Royal Academy of Music in Londen bij William Bennett en bij Alain Marion in Parijs. Andrew West studeerde piano en compositie aan de Royal Academy of Music en was prijswinnaar op het Concours de Genève in 1990 en soleerde wereldwijd. Hij geeft les in liedbegeleiding en ensemblespel aan de Royal Academy of Music.
Op het program…
Emily Beynon, nu 30 jaar solofluitist bij het Concertgebouworkest, is een Engelse briljante toonaangevende fluitiste en zal op 17 mei in een boeiend programma alle kleuren van de fluit en haar veelzijdigheid laten zien in de Rolder kerk. Samen met de pianist Andrew West waren zij veelvuldig te horen o.a. in het Concertgebouw, de Wigmore Hall en tijdens het Edinburgh International Festival. Emily Beynon trad op als soliste met grote orkesten nadat ze studeerde aan de Royal Academy of Music in Londen bij William Bennett en bij Alain Marion in Parijs. Andrew West studeerde piano en compositie aan de Royal Academy of Music en was prijswinnaar op het Concours de Genève in 1990 en soleerde wereldwijd. Hij geeft les in liedbegeleiding en ensemblespel aan de Royal Academy of Music.
Op het programma staan verborgen pareltjes uit begin 20ste eeuw van ondermeer Mel Bonis (laatromantiek) en Francis Poulenc. Daarnaast hoogtepunten uit het Project Paloma, een project van Emily en Andrew, om de in de woelige oorlogstijd opvallend veelvuldig geschreven fluitmuziek, als een roep om rust en vrede, uit te diepen met poëzie en literatuur. Daaruit de romantische wereld van de Engelse componist Edwin York Bowen in contrast met de ingetogen lyrische helderheid van Flothuis en de lichtere Amerikaanse stem van Burton.