Verspreid tussen de hoogveenrestanten liggen de vroegere woonsteden. Tussen 1910 en 1958 woonden er vele tientallen gezinnen in schamele behuizingen op het veen. Vaak hielden ze wat schapen en geiten en verbouwden boekweit op het veen. Ze verdienden wat bij met stroperij en de smokkel van levensmiddelen en drank en rookwaren over de grens. De bewoners kwamen zowel uit Nederland als uit de Duitse grensstreek. Het was een armoedig bestaan, vrijgevochten. Aan de Laardijk 17 woonde de familie Kroeze-De Vries tussen 1911 en 1950. De woning is in 1957 afgebroken. In die periode zijn overal in het veen de krotten en plaggenhutten geruimd.