Zover als je kunt kijken, veen, veen en nog eens veen. Vincent van Gogh had zijn hart kunnen ophalen in het Fochteloërveen. Het uitgestrekte gebied ligt op de grens van Drenthe en Friesland. In dit veenlandschap overleven veel bijzondere dieren en planten. Denk aan de kraanvogel, het veenhooibeestje en de zonnedauw. Neem je verrekijker dus mee als je het Fochteloërveen in gaat.
"Drenthe is zóó mooi, zoo zeer pakt het me algeheel in en voldoet mij absoluut dat ik, indien ik niet voor altijd hier kon zijn, ik liever ’t maar niet gezien had. Het is onbeschrijfelijk schoon. Met een handdruk." - Vincent van Gogh over Drenthe
Je herkent de uitkijktoren al van verre. Door de bijzondere vorm, een zeven, valt hij goed op. Na een flinke klim, kun je vanaf 18 m hoogte alle kanten op kijken. En waar je ook kijkt, het uitzicht is prachtig.
Bezoek de uitkijktorenHet Fochteloërveen is een uniek hoogveen gebied. Hoogveen ontstaat op plekken waar regenwater blijft staan en waar veenmos groeit. De bodem is zuur en arm, waardoor er veel zeldzame planten en dieren leven. Zo nestelen hier o.a. de kraanvogel en blauwe kiekendief. Maar kijk niet alleen met je verrekijker naar de lucht, ook op de grond vind je veel leven. In de zomer kan je zomaar een adder op het pad zien liggen opwarmen in de zon. Maar je vindt hier ook de ringslang en de gladde slang. Natuur in het gebied staat voorop en dat zie je terug in de diversiteit aan planten en dieren.
De stilte, rust en weidsheid van het gebied zorgen ervoor dat kraanvogel zich hier thuis voelt. In het vroege voorjaar maken de mannetjes en vrouwtjes elkaar het hof. Dit doen ze met een ingewikkelde paringsdans onder luid trompetgeschal. Met uitgestrekte vleugels ‘baltsen’ ze om elkaar heen en springen daarbij soms meters de lucht in. Vanaf uitkijktoren De Zeven kun je dit spektakel met een beetje geluk zelf zien en horen.
Het Fochteloërveen is een van de laatste hoogveen gebieden in West-Europa. Maar het scheelde niet veel of het Fochteloërveen was helemaal verdwenen. Vanaf de 17e eeuw werd op veel plekken veen afgegraven, tot turf gedroogd en gebruikt als brandstof. Langzaamaan verdween op de meeste plekken het veen. In 1938 kocht Natuurmonumenten de eerste 200 hectare in het Fochteloërveen aan. Op deze manier konden ze het kwetsbare hoogveen veiligstellen.